Het bewijsstuk voor de patiënt - Thuisverpleging

Als thuisverpleegkundige moet u in bepaalde situaties aan de patiënt een bewijsstuk uitreiken, waarop duidelijk het te betalen bedrag, de tegemoetkoming van het ziekenfonds, enz. vermeld zijn.

Wanneer moet u een bewijsstuk uitreiken aan uw patiënt?

U moet in de volgende 2 gevallen een bewijsstuk uitreiken aan uw patiënt:

  1. als u naast vergoedbare verstrekkingen ook niet-vergoedbare verstrekkingen aanrekent

De organen van de verplichte ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) die bevoegd zijn voor uw sector hebben specifieke modaliteiten vastgesteld voor het bewijsstuk voor de thuisverpleging.

U moet het bewijsstuk maandelijks uitreiken aan uw patiënt, zo snel mogelijk en ten laatste 28 kalenderdagen na het versturen van de facturatie.
Bij correctiefacturen, herindieningen, herfacturaties en terugvorderingen moet u ten laatste op het einde van de betrokken procedure een nieuw bewijsstuk uitreiken aan uw patiënt, zodat hij alle correcte informatie heeft.

Wat moet u op het bewijsstuk vermelden?

Op het bewijsstuk (één document dat verschillende luiken of bladen kan bevatten) moet u het volgende vermelden:

  • de conventiestatus van de verpleegkundige die betrokken is bij de verstrekkingen op het bewijsstuk;
  • een voor de patiënt beknopte en verstaanbare omschrijving naast elke vergoedbare verstrekking, vermeld met zijn nomenclatuurcode;
  • de kost voor de patiënt, het persoonlijk aandeel en, in voorkomend geval, de tegemoetkoming die rechtstreeks wordt aangerekend aan de verzekeringsinstelling voor elke vergoedbare verstrekking, geïdentificeerd met het nomenclatuurnummer (tenzij de verstrekkingen gegroepeerd zijn, dan kunnen deze bedragen opgeteld worden);
  • in voorkomend geval, een voor de patiënt beknopte en verstaanbare omschrijving van elke niet-vergoedbare verstrekking, vermeld met zijn bedrag;
  • de volledige kost voor de patiënt.

Rekent u de verstrekkingen aan als groep van verpleegkundigen? Dan kunt u het bewijsstuk versturen in naam van die groep in plaats van voor de individuele verpleegkundigen die betrokken waren bij de vermelde verstrekkingen. In dat geval moet u volgende gegevens vermelden:

  • het groepsnummer ‘derdebetaler’ (als de groep met een uniek derdebetalersnummer aanrekent);
  • de naam van de groep;
  • het contactadres;
  • de naam van de contactpersoon;
  • de namen van de verpleegkundigen en zorgkundigen die betrokken waren bij de vermelde verstrekkingen.

Opmerking:
Gelijksoortige verstrekkingen mag u groeperen op het bewijsstuk. De concrete invulling hiervan wordt aan u of aan de groep van verpleegkundigen overgelaten.

Aan wie reikt u het bewijsstuk uit?

U kunt het bewijsstuk uitreiken aan:

  • uw patiënt,
  • de wettelijk vertegenwoordiger van de patiënt
  • de bewindvoerder van de patiënt.

Belangrijk:
Als u het bewijsstuk niet aan uw patiënt zelf uitreikt, dan moeten de patiënt en de persoon die het bewijsstuk ontvangt daarvoor toestemming geven (wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt). U moet het bewijs van die toestemmingen aan de bevoegde organen kunnen voorleggen bij controle.

Op welke manier reikt u het bewijsstuk uit?

U moet het bewijsstuk uitreiken op een van de volgende manieren:

  • op papier;
  • elektronisch via een beveiligd uitwisselingssysteem dat een gelijkwaardig veiligheidsniveau als de eBox garandeert mits goedkeuring van informatieveiligheidscomité (bv. een voldoende beveiligde email of een eigen, beveiligd klantenportaal);
  • via de eBox (= een beveiligde elektronische brievenbus).

Voor de elektronische uitreiking moet er rekening gehouden worden met andere toepasselijke reglementeringen, in het bijzonder voor wat betreft de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Bovendien, dan moet de patiënt hiermee uitdrukkelijk hebben ingestemd en moet u een courant leesbaar formaat gebruiken (bv. Word, PDF, enz.).

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 10 mei 2022