Thuisverpleegkundige : bijkomende info over de verificatie van de identiteit van de patiënt bij derdebetaler

Vanaf 1 oktober moet u, als thuisverpleegkundige, de identiteit van uw patiënt verifiëren bij toepassing van de elektronische derdebetaler. U vindt hier het antwoord op veel gestelde vragen over die verificatie.


Wat betekent de 90% elektronische lezing van de identiteit?

Vanaf 1 oktober 2017 bent u verplicht om de identiteit van uw patiënt elektronisch te verifiëren bij elk patiëntencontact. Ook de zorgkundige aan wie u de verstrekkingen delegeert, moet de identiteit van uw patiënt elektronisch verifiëren bij elk patiëntencontact.

Als u het INSZ-nummer manueel invoert of u maakt gebruik van een vignet (zowel elektronische lezing streepjescode als manuele invoering INSZ-nummer), wordt het geval niet meegeteld bij de berekening van het streefcijfer van 90%.

Wanneer u de 10% door manuele invoeringen van het INSZ-nummer en het gebruik van een vignet zou overschrijden, wil dat louter zeggen dat u ‘gevlagd’ bent en dat nazicht van de situatie mogelijk wenselijk is.

Die overschrijding zal geen aanleiding geven tot een weigering van de facturatie. Het gaat uitsluitend om een grens vanaf welke onze controlediensten, in het kader van de monitoring in voorkomend geval, de redenen kunnen onderzoeken waarom een zorgverlener het identiteitsdocument in meer dan 10 % van de gevallen niet elektronisch inleest. De overschrijding kan dus ook perfect gerechtvaardigd zijn.

Wat gebeurt er als u niets invult in recordtype 52?

Er zal een weigering van de facturatie bij het toepassen van de derdebetalersregeling zijn wanneer u niets hebt ingevuld in het verplichte recordtype 52 bij het versturen van de facturatie.

Uitzonderingen: Als de geneeskundige verstrekking wordt verleend aan een rechthebbende jonger dan 3 maanden of aan een patiënt die recht heeft op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging op basis van een Europese ziekteverzekeringskaart of S2-formulier, dan is het niet nodig om de identiteit van die patiënt te verifiëren en dus ook niet om recordtype 52 in te vullen.

Wie moet u contacteren bij problemen met uw software?

U moet contact opnemen met uw softwareleverancier om het probleem op te lossen en hem herinneren aan zijn contractuele verbintenissen die in het algemeen de volgende zijn: ter beschikking stellen van een functioneel softwarepakket conform de regelgeving en verzekeren van een dienst na verkoop.

Wat moet u doen bij een panne van het informaticasysteem? Hoe moet u die inbrengen in recordtype 52, zone 3, zone 9 en zone 16?

Bij panne van het informaticasysteem moet u:

  • het INSZ-nummer van de patiënt manueel invoeren
  • de waarde 3 (panne informaticasysteem) invoeren in recordtype 52, zone 3. In dat geval zullen voor de later ingebrachte gegevens datum en uur niet geregistreerd worden.
  • de waarde 4 (manuele invoering) invullen in recordtype 52, zone 9.
  • het serienummer van de drager (eID, enz.) invullen in recordtype 52, zone 16, tenzij bij gebruik van een vignet met streepjescode, een attest van sociaal verzekerde of een attest van verlies of diefstal, aangezien die geen serienummer hebben.

Wat moet u invullen in de zone ‘serienummer’ van het facturatiebestand als het kaartnummer ingelezen via scannen van de streepjescode op de eID niet perfect overeenstemt met het nummer verkregen via de chip van de eID?

Krijgt u een nummer dat bestaat uit het INSZ-nummer gevolgd door de laatste 9 cijfers van het kaartnummer?
In dat geval vult u enkel die 9 cijfers in de zone ‘serienummer’ (R 52 Z 16) in. Dat is geen probleem. De zone telt 15 alfanumerieke posities, de niet-gebruikte posities worden opgevuld met blanco’s.

Wat als de patiënt geen enkel identificatiedocument heeft of als u vergeten bent de eID van de patiënt te lezen?

In dat geval zal u moeten aanduiden dat het gaat over een uitgestelde verificatie zonder panne op basis van de manuele invoering van het INSZ-nummer. U bereikt dan wel sneller de 10 % van de manuele invoeringen en het gebruik van een vignet.

Tot en met de gefactureerde maand december 2017 moet u in recordtype 52, zone 3 de waarde 3 invullen, namelijk de waarde die al voorzien was voor ‘Panne informaticasysteem’.

Vanaf de gefactureerde maand januari 2018 moet u de waarden 4 of 5 gebruiken:

Waarde 4: Uitgestelde verificatie zonder panne, omdat de patiënt geen geldig identiteitsdocument kon voorleggen.
Waarde 5: Uitgestelde verificatie zonder panne, omdat vergeten werd om het identiteitsdocument in te lezen.

Bij gebruik van de waarden 3, 4 of 5 in recordtype 52, zone 3, moet u de datum en het uur van de lezing (zones 6a-6b en 12-13) niet invullen.

Wat moet u doen als uw patiënt een vervallen identiteitsdocument heeft?

De verificatie van de identiteit veronderstelt wel degelijk dat er een geldig identiteitsdocument wordt gebruikt. Het is bijgevolg niet toegelaten om een vervallen identiteitskaart te gebruiken.

Dat is bovendien bepaald in artikel 3, § 2 van het Koninklijk Besluit van 18 september 2015 betreffende de derdebetalersregeling:

"Wanneer de gegevens, in toepassing van artikel 53, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, via een elektronisch netwerk worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen overeenkomstig artikel 9bis van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, gebeurt de verificatie van de identiteit door de elektronische lezing van de geldige Belgische elektronische identiteitskaart, van de geldige elektronische vreemdelingenkaart, van een geldig elektronisch verblijfsdocument, die gelden als bewijs van inschrijving in de bevolkingsregisters, van een geldige ISI+-kaart, beoogd in artikel 2 van de wet van 29 januari 2014 houdende bepalingen inzake de sociale identiteitskaart en de ISI+-kaart, van een nog geldige sociale identiteitskaart, of van het identificatienummer van de sociale zekerheid met een vignet met streepjescode waarvan het model wordt vastgelegd bij verordening bedoeld in artikel 22, 11° van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994.[…].”

Die geldigheidsvereiste is overigens herhaald in artikel 32/2 van de Verordening van 28 juli 2003.

Als uw patiënt u dus een vervallen identiteitsdocument voorlegt, raden wij u aan omartikel 32/7 van de Verordening toe te passen en een beroep te doen op het vignet (overwegend dat uw patiënt geen document heeft zoals bedoeld is in artikel 32/2).

Ter herinnering:

  • De geldigheidsduur van de elektronische identiteitskaarten is voor de kaarten die vanaf 1 januari 2014 zijn afgeleverd van 5 op 10 jaar gebracht en zelfs op 30 jaar voor personen ouder dan 75 jaar.
  • De houder is verplicht om zijn vervallen identiteitskaart aan het gemeentebestuur terug te geven (artikel 5, § 2 van het KB van 25.03.2003 betreffende de identiteitskaarten). Niet naleven van die verplichting tot teruggave is een strafrechtelijke overtreding (artikel 7 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten).

Wat moet u doen als uw informaticasysteem geen informatie van een ander systeem kan ontvangen of doorgeven?

Als er in het kader van een forfait meerdere patiëntencontacten zijn door verschillende verpleegkundigen die met een verschillende software werken, dan is het mogelijk dat er geen connectiviteit is tussen de software van de verpleegkundige die het forfait factureert en de software van de andere verpleegkundige. Daardoor kunnen de leesgegevens van de 2e verpleegkundige niet automatisch doorgestuurd worden naar de facturerende software. In dat geval is een manuele invoering aangewezen, op basis van de gegevens die de 2e verpleegkundige doorgeeft aan de facturerende verpleegkundige.

Voor dat type van manuele invoering moet u:

tot en met de gefactureerde maand december 2017 in recordtype 52, zone 3 de waarde 3 invullen, namelijk de waarde die al voorzien was voor ‘Panne informaticasysteem’.

vanaf de gefactureerde maand januari 2018 de waarde 6 gebruiken: ‘Gebrek aan interconnectiviteit tussen software’.

Net zoals voor de waarden 3, 4 en 5 moet u in dit geval de datum en het uur van de lezing (zones 6a-6b en 12-13) niet invullen.

Wat moet u doen als de patiënt weigert zijn eID te laten lezen?

In dat geval kunt u geen derdebetalersregeling toepassen voor die patiënt.

Wanneer mag u de streepjescode van de eID gebruiken?

Als het identiteitsdocument van uw patiënt een chip bevat, dan moet u altijd de chip inlezen om evidente veiligheidsredenen (artikel 32/4 van de verordening van 28 juli 2003).

Als u een identiteitsdocument gebruikt zonder chip of als de kaartlezer onbeschikbaar is, hebt u de keuze tussen:

  • inlezen van de streepjescode of QR-Code indien mogelijk
  • manuele invoering van de gegevens.

Wat zijn de 3 verstrekkingen waarbij geen patiëntencontact, gelinkt aan de facturatie, vereist is?

De verstrekkingen zonder noodzakelijk patiëntcontact zijn:

  • forfaitair honorarium voor de opmaak van een specifiek verpleegdossier van de diabetische patiënt en overleg met de behandelende arts (423135)
  • verpleegkundig consult in de thuisverpleging (429015)
  • verpleegkundig advies en overleg in functie van de wekelijkse voorbereiding van de geneesmiddelen per os met akkoord van de behandelend arts (424896).

Bij die verstrekkingen gebruikt u het vignet: ofwel voert u het INSZ-nummer van de patiënt manueel in ofwel leest u de barcode van het vignet.

Wat moet u doen bij de 3 verstrekkingen die meerdere patiëntencontacten vereisen?

U moet bij verstrekkingen die meerdere zittingen onder 1 nomenclatuurcode attesteren, bij elk patiëntencontact de eID inlezen. Die verstrekkingen zijn:

  • forfaitair honorarium voor individuele educatie tot zelfzorg van een diabetespatiënt door een referentieverpleegkundige inzake diabetes (423150)
  • forfaitair honorarium voor de aanwezigheid van een vaste verpleegkundige bij individuele educatie tot zelfzorg (423172)
  • forfaitair honorarium voor individuele educatie tot inzicht, waarbij een vaste verpleegkundige of een referentieverpleegkundige inzake diabetes een diabetespatiënt inzicht verschaft in de pathologie (423194).

Wat moet u doen wanneer u verschillende verstrekkingen tijdens dezelfde verzorgingszitting uitvoert?

U moet bij elk patiëntencontact de eID inlezen. In dat geval volstaat het om per bezoek één controle van de identiteit van uw patiënt te doen, ongeacht het aantal -verstrekkingen dat u factureert.

Wat moet u doen in hersteloorden en in instellingen voor mindervaliden?

Bewaart de instelling de eID van de patiënten centraal, bv. op het secretariaat? Dan kunt u de lezing van de eID van alle patiënten uitvoeren nadat u alle zorg hebt verleend, wanneer u factureert via de rubrieken 3 (verstrekkingen verleend in een hersteloord) en 3bis (verstrekkingen verleend in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden).

U kunt dat doen op het einde van de ronde of op het einde van de werkdag. De verantwoordelijke van de instelling stelt de eID’s op dat ogenblik ter beschikking.

Als de instelling de eID’s van de patiënten niet centraal bewaart, dan moet u bij elk bezoek de eID lezen.

Wat met de financiering van deze nieuwe administratieve last?

Geen enkele sector krijgt voor dit project een bijkomende financiering toegekend.

Heeft het inlezen van de eID gevolgen voor het aanvragen van de telematicapremie?

Voor de telematicapremie is het van geen belang of het inlezen van de eID met een gehomologeerd pakket of met een ander pakket gebeurt. Uw aanvraag voor de telematicapremie wordt hierdoor niet geblokkeerd.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 01 december 2017