Een geneesmiddel voorschrijven voor een niet-gehospitaliseerde patiënt (in ambulante zorg)

Een geneesmiddel kan ambulant voorgeschreven worden door een arts, een tandarts of een vroedvrouw. Ambulant wil zeggen dat het voorschrift opgesteld is in het kabinet van de voorschrijver, op huisbezoek bij de patiënt, tijdens een consultatie in het ziekenhuis (zonder hospitalisatie), in een rusthuis (en verzorgingstehuis), of op andere plaatsen zoals de wachtposten, het Instituut voor Tropische Geneeskunde, enz.

Vanaf 1 januari 2020 zal het verplicht worden om een geneesmiddel in de ambulante zorg elektronisch voor te schrijven (behalve in enkele uitzonderlijke gevallen).

Wie levert een geneesmiddel dat ambulant voorgeschreven is af?

Een geneesmiddel dat ambulant voorgeschreven is wordt afgeleverd door de apotheker van een openbare apotheek, of door een ziekenhuisapotheker indien dit geneesmiddel wettelijk gezien alleen door een ziekenhuisapotheker afgeleverd mag worden (bvb. de weesgeneesmiddelen).

Hoelang blijft een voorschrift geldig?

  • Tot welke datum kan de apotheker u een voorgeschreven geneesmiddel afleveren?
  • Hoelang wordt de terugbetaling van een geneesmiddel door de ziekteverzekering gegarandeerd?

Tot op heden is de geldigheidsduur van een voorschrift ongelimiteerd: uw apotheker kan een geneesmiddel onbeperkt in tijd afleveren.

Echter, de ziekteverzekering betaalt de ambulant voorgeschreven vergoedbare farmaceutische specialiteiten maar terug tot het einde van de 3e kalendermaand die volgt op de datum van het voorschrift, of een andere door de voorschrijver aangegeven datum.

Vanaf 1 november 2019 zal de wetgeving betreffende de geldigheidsduur van voorschriften veranderen, zowel voor de terugbetaling als voor het afleveren van geneesmiddelen. Dit gebeurt met het oog op meer eenvoud en uit bezorgdheid vanuit de volksgezondheid.

Om deze reden zal een nieuw voorschriftmodel verschijnen, zowel voor het papieren voorschrift als voor het elektronisch voorschrift.

Wij voorzien een overgangsperiode van 3 maanden, van 1 november 2019 tot 31 januari 2020, om voorschrijvers, apothekers, patiënten en softwarehuizen de kans te geven zich aan te passen.

Meer informatie over de nieuwe geldigheidsduur van voorschriften voor farmaceutische producten vanaf 1 november 2019

Elektronisch voorschrijven in de ambulante zorg: verplicht vanaf 1 januari 2020

Artsen, vroedvrouwen en tandartsen hebben sinds 2013 de mogelijkheid om geneesmiddelen elektronisch voor te schrijven. Vanaf 1 januari 2020 zullen ze de verplichting hebben om geneesmiddelen elektronisch voor te schrijven wanneer ze dat ambulant doen.

De verplichting heeft betrekking op de geneesmiddelen, voorgeschreven op merknaam, stofnaam of in de vorm van een magistrale bereiding, en dit ongeacht van het feit dat de ziekteverzekering dit geneesmiddel al dan niet terugbetaalt.

Er worden enkele uitzonderlijke situaties voorzien waarbij de voorschrijver op papier zal kunnen blijven voorschrijven:

  1. Als de voorschrijver de leeftijd van 64 jaar bereikt heeft op 1 januari 2020.
  2. Als het voorschrift buiten het kabinet van de voorschrijver opgesteld werd, bijvoorbeeld op huisbezoek bij de patiënt of in een rusthuis (en verzorgingstehuis), en dit onafhankelijk van de leeftijd van de voorschrijver.
  3. In geval van overmacht.

Meer informatie over het verplicht elektronisch geneesmiddelenvoorschrift voor ambulante zorg vanaf 1 januari 2020

Het elektronisch voorschrijven vanaf 1 januari 2020 is 1 van de stappen binnen een langer traject met het dematerialiseren van het voorschrift als doel.

Een traject om het geneesmiddelenvoorschrift in de ambulant zorg te dematerialiseren

  • De patiënt neemt deel aan het beheer van zijn voorschriften

Reeds vandaag kan een patiënt zijn (nog « openstaande ») elektronische voorschriften bekijken en beheren via het online portaal MijnGezondheid.

  • De patiënt heeft wel nog een (papieren) bewijs nodig van het elektronisch voorschrift om zijn geneesmiddelen in de apotheek te krijgen.

Tot op heden is er nog geen sprake van een volledige dematerialisatie van het geneesmiddelenvoorschrift. Momenteel wil het elektronisch voorschrift niet zeggen dat alles elektronisch gebeurt: om de apotheker toe te laten een voorschrift te identificeren, moet de patiënt hem nog steeds het (papieren) bewijs van het elektronisch voorschrift voorleggen dat de voorschrijver hem heeft gegeven.

Sinds 2018 stelt een werkgroep « dematerialisatie » progressief alternatieven voor voor dit (papieren) bewijs van elektronisch voorschrift. Verschillende mogelijkheden worden overwogen om op een realistische manier aan de verscheidene situaties van alle patiënten te kunnen beantwoorden.

In de volgende stap zal de patiënt dit papieren bewijs van elektronisch voorschrift niet meer nodig hebben om zijn geneesmiddelen in de apotheek op te halen: de apotheker zal toegang hebben tot de « openstaande » voorschriften op basis van de INSZ van de patiënt (identificatienummer van de Belgische sociale zekerheid of Rijksregisternummer) en op basis van zijn therapeutische relatie met de patiënt.

Contacten

 

Laatst aangepast op 11 oktober 2019