Antiretrovirale geneesmiddelen tegen het aidsvirus: terugbetalingsvoorwaarden vanaf 1 december 2016

Op 1 december 2016 versoepelen de terugbetalingsvoorwaarden van antiretrovirale geneesmiddelen gebruikt bij de behandeling van het aidsvirus (HIV).

​Over welke geneesmiddelen gaat het ?

Het gaat over de antiretrovirale geneesmiddelen die de verplichte ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) terugbetaalt.

Raadpleeg de tabel met de betrokken werkzame bestanddelen en de daarmee overeenstemmende specialiteiten.

Waarom deze wijziging?

De wijziging wil de terugbetalingsvoorwaarden van de antiretrovirale geneesmiddelen in overeenstemming brengen met de huidige wetenschappelijke aanbevelingen. Het is aangewezen om patiënten te behandelen vanaf de diagnose van seropositiviteit voor HIV.

De Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen (CTG) heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de vergoedingsvoorwaarden van alle antiretrovirale geneesmiddelen te harmoniseren en te vereenvoudigen.

Welke voorwaarden wijzigen?

De ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) blijft deze geneesmiddelen terugbetalen via hoofdstuk IV. De terugbetaling is dus gebaseerd op een toelating van de adviserend arts van de verzekeringsinstelling. Voortaan zijn de terugbetalingsvoorwaarden aangepast aan de huidige wetenschappelijke aanbevelingen.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De arts moet het CD4-gehalte en de klinische manifestaties die met de HIV-infectie gepaard gaan niet meer attesteren.
  • De patiënt moet zich voortaan wenden tot een arts-specialist verbonden aan een geconventioneerd gespecialiseerd aidscentrum (referentiecentrum), die dan een terugbetalingsaanvraag richt aan de adviserend arts. Dat is nodig voor alle antiretrovirale geneesmiddelen (behalve voor paragraaf 4930000 - terugbetaling van de behandeling van een pasgeborene met een moeder die geïnfecteerd is met HIV).
    Voor de antiretrovirale geneesmiddelen waarvoor dit voor 1 december 2016 nog niet het geval was, verlengt de geldigheidsduur van de machtiging van 12 maanden naar 36 maanden.
  • De paragraaf die artsen toeliet antiretrovirale geneesmiddelen voor te schrijven voor zwangere vrouwen zonder voorwaarden omtrent de symptomen of het CD4- gehalte valt weg (omdat de arts geen CD4-gehalte meer moet attesteren).
  • Er is geen verschil meer tussen een 1e terugbetalingsaanvraag en de aanvragen tot verlenging (aangezien de arts het CD4-gehalte niet meer moet attesteren).

In het overzicht van de wijzigingen van de vergoedingsvoorwaarden voor antiretrovirale geneesmiddelen leest u:

  • de gewijzigde paragrafen en de aangebrachte wijzigingen
  • de geschrapte paragrafen en de paragrafen die ze vervangen vanaf 1 december 2016
  • de gevolgen van de wijzigingen omtrent de toelating tot terugbetaling
  • of u al dan niet een aanvraagformulier moet invullen om terugbetaling te verkrijgen.

De gecoördineerde ‘hoofdstuk IV’-teksten geven het volgende weer:

  • alle ‘hoofdstuk IV’-teksten zoals ze gelden vanaf 1 december 2016
  • de terugbetaalde specialiteiten voor iedere paragraaf.

Welke wijzigingen zijn er voor u, de patiënt?

Als patiënt zal u voortaan vlotter toegang hebben tot behandelingen met antiretrovirale geneesmiddelen. De voorwaarden om terugbetaling te krijgen voor die geneesmiddelen zijn versoepeld: de ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) betaalt uw behandeling terug vanaf de diagnose van seropositiviteit voor HIV.

Daartegenover staat dat u voortaan verplicht bent om u 1x per jaar of 1x om de 3 jaar (afhankelijk van het type behandeling dat u nodig heeft) te wenden tot een geconventioneerd gespecialiseerd aidscentrum.

Wat zijn de gevolgen voor u, de arts-specialist?

De aanvraag tot terugbetaling die u als arts-specialist voor uw patiënt indient bij de adviserend arts van de verzekeringsinstelling, moet beantwoorden aan de nieuwe voorwaarden.

  • Uw patiënt heeft al een machtiging ‘type d’ (geldigheidsduur onbeperkt) voor de terugbetaling van één van deze geneesmiddelen

Deze machtiging blijft geldig tot en met 28 februari 2018. In tussentijd vraagt u een nieuwe toelating tot terugbetaling aan volgens de nieuwe voorwaarden die gelden vanaf 1 december 2016.
Heeft uw patiënt een machtiging voor een geneesmiddel waarvoor de terugbetalingsaanvraag vanaf 1 december 2016 moet opgesteld zijn door een arts-specialist verbonden aan een geconventioneerd gespecialiseerd aidscentrum? Waak er dan over dat uw patiënt een afspraak maakt met een specialist in één van die centra.

  • Uw patiënt heeft al een machtiging ‘type e’ of ‘type b’ (geldigheidsduur beperkt) voor de terugbetaling van één van deze geneesmiddelen

Deze machtiging blijft geldig tot op de vermelde vervaldatum. De volgende terugbetalingsaanvraag zal moeten gebeuren volgens de nieuwe voorwaarden die gelden vanaf 1 december 2016.
Heeft uw patiënt een machtiging voor een geneesmiddel waarvoor de terugbetalingsaanvraag vanaf 1 december 2016 moet opgesteld zijn door een arts-specialist verbonden aan een geconventioneerd gespecialiseerd aidscentrum? Waak er dan over dat uw patiënt een afspraak maakt met een specialist in één van die centra.

  • Uw patiënt heeft al een machtiging, gebaseerd op een paragraaf die geschrapt is vanaf 1 december 2016

Deze machtiging blijft geldig tot op de vermelde vervaldatum, of als het gaat om een machtiging ‘type d’, tot en met 28 februari 2018.
In het overzicht van de wijzigingen van de vergoedingsvoorwaarden van de antiretrovirale geneesmiddelen vindt u de paragrafen terug volgens welke de terugbetaling moet worden aangevraagd vanaf 1 december 2016.

  • Uw patiënt start een behandeling met één van deze antiretrovirale geneesmiddelen

Gebruik een nieuw aanvraagformulier tot machtiging om een toelating tot terugbetaling voor uw patiënt te verkrijgen.

Download de nieuwe aanvraagformulieren tot machtiging via onze webtoepassing ‘Hoofdstuk IV geneesmiddelen’.

Contacten

 

Laatst aangepast op 22 februari 2018