Antivirale geneesmiddelen tegen hepatitis C: vergoedingsvoorwaarden vanaf 1 januari 2017

Op 1 januari 2017 versoepelen de voorwaarden om terugbetaling te krijgen van de antivirale geneesmiddelen tegen het hepatitis C-virus. Meer patiënten komen in aanmerking, meer artsen kunnen terugbetaling aanvragen en 2 nieuwe geneesmiddelen zijn terugbetaald.


Over welke geneesmiddelen gaat het hier?

Het gaat over de antivirale geneesmiddelen tegen het hepatitis C-virus die de verplichte ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) terugbetaalt:

  • de specialiteiten DAKLINZA®, EXVIERA®, HARVONI®, OLYSIO®, SOVALDI® en VIEKIRAX®
  • 2 nieuwe specialiteiten die vanaf 1 januari 2017 vergoed zijn: EPCLUSA® et ZEPATIER®.

Waarom de wijzigingen?

Het doel van de wijzigingen is ervoor zorgen dat meer patiënten een behandeling tegen hepatitis C kunnen ondergaan. Dat is een voordeel zowel voor de patiënten zelf als voor de volksgezondheid in het algemeen.

De beslissing is gebaseerd  op aanbevelingen van wetenschappelijke associaties.

Wat wijzigt er precies?

De ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) blijft de antivirale geneesmiddelen tegen hepatitis C via hoofdstuk IV vergoeden. Vanaf 1 januari 2017 versoepelen de voorwaarden om recht te hebben op de terugbetaling. De versoepeling gebeurt op verschillende niveaus.

  • Meer patiënten komen in aanmerking voor terugbetaling. De terugbetaling breidt immers uit:
    • Een groter aantal genotypes komt in aanmerking. De terugbetaling wordt nu toegestaan voor alle genotypes vermeld in de bijsluiter van het antivirale geneesmiddel.

    • Patiënten met een lager stadium van leverschade komen in aanmerking. Vóór 1 januari 2017 kon alleen een patiënt met een gevorderde graad van leverlittekens (geattesteerd met een METAVIR-leverfibrosescore van F3 of F4) terugbetaling krijgen. Nu is dat ook het geval voor een patiënt met een tussenliggende mate van leverlittekenweefsel (een METAVIR-leverfibrosescore F2).

    • Nieuwe patiëntengroepen met risicofactoren (bv. co-infectie met hepatitis C / HIV-infectie, co-infectie met hepatitis C / hepatitis B, orgaantransplantatie) komen in aanmerking, ongeacht hun stadium van leverfibrose.

  • Meer voorschrijvende artsen zijn gekwalificeerd om terugbetaling aan te vragen.

Vóór 1 januari 2017 kon alleen een arts-specialist in de gastro-enterologie of interne geneeskunde verbonden aan een universitair ziekenhuis terugbetaling vragen (RIZIV-identificatienummer eindigend op 580, 588, 650, 651, 659, of 987). Vanaf 1 januari 2017 kan ook een arts-specialist in de gastro-enterologie of interne geneeskunde die verbonden is aan een ander ziekenhuis terugbetaling vragen (voor zover zijn/haar RIZIV-identificatienummer eindigt op 650, 651 of 659).

  • Meer geneesmiddelen tegen het hepatitis C-virus zijn terugbetaald, want 2 nieuwe geneesmiddelen komen in aanmerking voor terugbetaling door de ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging).

Wat verandert er voor u, arts-specialist, in verband met de aanvraag tot terugbetaling?

De procedure om terugbetaling te vragen voor een antiviraal geneesmiddel tegen hepatitis C verandert niet. Het is altijd een elektronische terugbetalingsaanvraag via het eHealth-platform.

Vanaf 1 januari 2017 verandert wel het volgende:

  • Bij het aanvragen van terugbetaling verbindt u zich ertoe om een opvolgregister van de behandelde patiënten in te vullen, met virusmeting 12 weken na het einde van de behandeling en ook na 1 jaar. Wij zullen u daar later verder over informeren.

  • Bij het aanvragen van terugbetaling moet u een attest van continue vorming in de hepatologie hebben van minstens 15 CME-punten per jaar.

Contacten

 

Laatst aangepast op 24 maart 2017