Antivirale geneesmiddelen tegen hepatitis C: vergoedingsvoorwaarden vanaf 1 januari 2019

Op 1 januari 2019 versoepelen de voorwaarden om voor een terugbetaling van de antivirale geneesmiddelen tegen het hepatitis C-virus, vanaf deze datum zullen meer patiënten in aanmerking komen voor terugbetaling.


Welke geneesmiddelen betreft het hier?

Het betreft de antivirale geneesmiddelen tegen het hepatitis C virus die de verzekering voor geneeskundige verzorging terugbetaalt: de specialiteiten HARVONI®, SOVALDI®, EPCLUSA®, VOSEVI®, MAVIRET® en ZEPATIER®.

Waarom deze wijzigingen?

Het doel is om een groter aantal patiënten te kunnen laten genieten van een behandeling tegen hepatitis C. Een voordeel zowel voor de patiënten als voor de volksgezondheid in het algemeen.

Deze beslissing is gebaseerd  op aanbevelingen van wetenschappelijke verenigingen en klinische studies.

Wat wijzigt er?

De ziekteverzekering blijft de antivirale geneesmiddelen tegen hepatitis C  via hoofdstuk IV vergoeden. Echter vanaf 1 januari 2019 versoepelen de voorwaarden om recht te hebben op de terugbetaling.

Vóór 1 januari 2019 kon alleen een patiënt met een tussenliggende of gevorderde graad van leverlittekens (geattesteerd met een METAVIR-leverfibrosescore van F2, F3 of F4) of een patiënt met risicofactoren op ziekteprogressie (bv. co-infectie met hepatitis C / HIV-infectie, co-infectie met hepatitis C / hepatitis B, orgaantransplantatie, …) ongeacht hun stadium van leverfibrose, terugbetaling krijgen.

Vanaf 1 januari 2019 komen patiënten met een lager stadium van leverschade ook in aanmerking.  De betrokken geneesmiddelen zullen dus terugbetaald zijn voor alle patiënten met hepatitis C, zelfs als de ziekte nog in een pril stadium is.

Contacten

 

Laatst aangepast op 13 december 2018