Protonpompinhibitoren (maagzuurremmers)- Terugbetaling vanaf 1 april 2017

Vanaf 1 april 2017 vergoedt de ziekteverzekering de grote verpakkingen van maagzuurremmers niet meer. Deze zijn te groot voor een symptomatische behandeling van gastro-duodenale pathologie. Deze verpakkingen alsook grote verpakkingen van lansoprazol 30 mg worden daarentegen gratis voor de patiënt in 2 situaties van groot verbruik.

Bovendien verlaagt de prijs van een aantal van deze geneesmiddelen.


Over welke geneesmiddelen gaat het?

Het betreft de perorale protonpompinhibitoren (maagzuurremmers) voor de behandeling van gastro-duodenale pathologie. met de volgende actieve bestanddelen:

  • Omeprazole
  • Lansoprazole
  • Pantoprazole
  • Rabeprazole 

Welke voorwaarden wijzigen ?

Hoofdstuk II van de lijst van farmaceutische specialiteiten bevat geneesmiddelen waarvoor ruim verspreide en algemeen gekende principes van goede medische praktijk bestaan.
Hoofdstuk IV zijn geneesmiddelen waarvoor de terugbetaling onderworpen is aan voorwaarden met voorafgaande machtiging van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds.

De grote verpakkingen (meer dan  60 eenheden) van de protonpompinhibitoren met als actief bestanddeel:

  • omeprazole 40 mg,
  • lansoprazole 15 mg,
  • pantoprazole 40 mg
  • rabeprazole 10 en 20 mg

worden  van hoofdstuk II overgeheveld naar hoofdstuk IV van de lijst van farmaceutische specialiteiten.
Ook grote verpakkingen van lansoprazol 30 mg , nl 84 tabletten, 98 tabletten en 100 tabletten, worden vergoedbaar in hoofdstuk IV.

Al deze grote verpakkingen (meer dan 60 eenheden) met protonpompinhibitoren worden  ingeschreven in 2 nieuwe paragrafen  van hoofdstuk IV.

De terugbetaling van de geneesmiddelen in deze 2 nieuwe paragrafen is enkel mogelijk voor:

  • de behandeling van het syndroom van Zollinger-Ellison
  • de nabehandeling van een radiofrequentie-ablatie van de slokdarmmucosa voor Barrett-mucosa .

Voor deze 2 indicaties is een langere behandeling met protonpompinhibitoren gerechtvaardigd.

De kostprijs voor de overheid van de verpakkingen met lansoprazol 30 mg van meer dan 60 stuks (nl. deze van 84, 98 en 100 tabletten) wordt 33% goedkoper om economische redenen.

Wat zijn de gevolgen voor u als arts specialist?

U, als arts, zal genoodzaakt zijn een terugbetalingsaanvraag (voor de adviserend geneesheer) op te stellen voor uw patiënt voor:

  • de behandeling van enerzijds  het syndroom van Zollinger-Ellison
  • de nabehandeling van een radiofrequentie-ablatie van de slokdarmmucosa voor Barrett-mucosa. 

Het betreft de hierboven vermelde grote verpakkingen (> 60 eenheden) van de protonpompinhibitoren.

Vanaf 1 april 2017 volstaat niet enkel meer een voorschrift voor de betreffende protonpompinhibitoren per os (overheveling van hoofdstuk II naar hoofdstuk IV) maar moet er een aanvraag tot terugbetaling bij de adviserend geneesheer plaats vinden. En dit telkens aan de hand van een recent omstandig klinisch verslag dat aangeeft dat de patiënt aan dit syndroom lijdt.

De bestaande vergoedingsvoorwaarden van protonpompinhibitoren voor specifieke ziekenhuissituaties (hoofdstuk IV §§ 3380100 en 3380200 ) wijzigen niet.

Wat zijn de gevolgen voor u patiënt?

Indien u  als patiënt, een terugbetaling vraagt van een grote verpakking ( meer dan 60 tabletten) voor:

  • een behandeling van  het syndroom van Zollinger-Ellison
  • of  de nabehandeling van een radiofrequentie-ablatie van de slokdarmmucosa voor Barrett-mucosa,

krijgt u deze voortaan zonder remgeld.

U moet wel een aanvraag tot terugbetaling, opgesteld door uw arts, indienen bij uw ziekenfonds en wachten op uw machtiging om te kunnen genieten van een terugbetaling.

Vanaf 1 april 2017 zal een eenvoudig voorschrift niet meer volstaan om de terugbetaling te verkrijgen voor deze grote verpakkingen van meer dan 60 tabletten.

De verpakkingen tot 60 tabletten die overeenstemmen met een behandelduur van 8 weken blijven terugbetaald.

Bovendien dalen de prijzen van sommige geneesmiddelen (nl deze op basis van lansoprazole 30 mg grote verpakking).

Waarom deze wijziging ?

Deze wijziging is gebaseerd op Evidence-Based Medecine (EBM) en maakt deel uit van de besparingsmaatregelen in de gezondheidszorg van de Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken.

Contacten

 

Laatst aangepast op 24 maart 2017