Wet 27-12-2006: programmawet (I)

Résumé: Papier versie: pagina 248

Note: Tekst met volledige historiek

Deze tekst werd laatst gewijzigd door programmawet (1) van B.S. 17-8-2015

FR   NL   Table des Matičres du document [Affichage standard]


Programmawet (I) van 27 december 2006

HOOFDSTUK IV. - Toekomstfonds

Art. 111.

Er wordt een fonds opgericht onder de naam « fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging ». Dit fonds behoort voor 90 pct. tot de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en voor 10 pct. tot het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid beheert dit fonds, op basis van een overeenkomst, in naam van en voor rekening van de voormelde RSZ-globaal beheer, enerzijds, en van het voormelde globaal financieel beheer in het sociaal statuut van de zelfstandigen, anderzijds. Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering wordt betrokken bij de opmaak van voormelde overeenkomst.

Dit fonds wordt opgericht om, ten vroegste vanaf 2012, bij te dragen in de investeringen die nodig zijn om het systeem van de geneeskundige verzorging aan te passen aan de vergrijzing van de bevolking.

In 2007 wordt in dit Fonds 288.600 duizend euro en 20.400 duizend euro gestort, respectievelijk door de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders enerzijds, en door het Fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, anderzijds.

De stortingen die in 2007 gebeurd zijn in het fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging, opgericht bij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, worden eigendom van het fonds bedoeld in het eerste lid, evenals de financiële opbrengsten die deze stortingen hebben opgeleverd.

In dit fonds worden de eventuele jaarlijkse overschotten inzake geneeskundige verzorging gestort door de RSZ-globaal beheer bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders enerzijds en door het Fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, anderzijds. Deze overschotten zullen vastgesteld worden bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

HOOFDSTUK III. - Financiering van het Federaal Agenschap voor geneesmiddelen en gezondheidsprodcuten

Afdeling 1. - uitzonderlijke contributie

Art. 241.

Om de uitbouw en de opstart van het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten, opgericht door de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten te financieren, is een uitzonderlijke contributie verschuldigd. Die contributie wordt geďnd door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en bij ontvangst aan het Agentschap overgedragen.

De uitzonderlijke contributie bedoeld in het vorige lid stemt overeen met een heffing op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten. Deze heffing is ten laste van de aanvragers welke die omzet hebben verwezenlijkt gedurende het jaar waarvoor de heffing is verschuldigd. Het bedrag van die heffing wordt vastgesteld op 0,175 pct. van de omzet die in 2007 is verwezenlijkt.

Van de aangegeven totale omzet, berekend op basis van de prijs buiten-bedrijf of buiten-invoerder, moet een aangifte worden gedaan die is opgesplitst per publiekverpakking of, bij ontstentenis daarvan, per stukverpakking van de in het tweede lid beoogde geneesmiddelen.

De voornoemde verklaringen dienen gedagtekend, ondertekend en waar en echt verklaard te worden en bij een ter post aangetekende brief te worden ingediend bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel. Ze dienen te worden ingediend vóór 1 mei 2008.

De Dienst voor geneeskundige verzorging kan de totale omzet ambtshalve vaststellen op basis van de gegevens van de gegevensinzameling bedoeld in artikel 165 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, in geval een aanvrager nagelaten heeft een aangifte te doen overeenkomstig de bepalingen van het vierde lid. De betrokken aanvrager wordt bij ter post aangetekende brief in kennis gesteld van de ambtshalve vaststelling van de omzet.

De heffing op de omzet 2007 wordt via een voorschot en een saldo gestort. Het saldo bedoeld in de vorige zin zijnde het verschil tussen de in het tweede lid bedoelde heffing en het in de vorige zin bedoelde voorschot.

Het in het vorige lid bedoelde voorschot en saldo dienen respectievelijk gestort te worden voor 1 juni 2007 en 1 juni 2008 op rekening nr. 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding respectievelijk « voorschot contributie FAGG 2007 » en « saldo contributie FAGG 2007 ».

De voornoemde Dienst zorgt voor het innen van de bovengenoemde heffing alsook voor het toezicht.

Het voornoemde voorschot wordt op 0,18817 maal het in de laatste zin van het derde lid van artikel 191, § 1, 15°octies, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 zoals gewijzigd door de huidige wet vastgestelde bedrag bepaald.

De schuldenaar die het voorschot en/of het saldo van de bovengenoemde heffing niet binnen de in het zevende lid vastgestelde termijn stort, is een opslag ten belope van 10 pct. van die heffing verschuldigd, alsmede een op die heffing verrekende verwijlinterest die gelijk is aan de wettelijke rentevoet.

De verwijlinterest tegen de wettelijke rentevoet wordt toegepast op het bedrag dat niet binnen de vastgestelde termijn is betaald en wordt berekend naar rata van het aantal dagen dat is verstreken tussen de datum waarop de betaling had moeten verricht worden en de dag waarop ze effectief is uitgevoerd.

De definities van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 zijn van toepassing op dit artikel.

Art. 243.

Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2007.

HOOFDSTUK IV. - Financiering van de representatieve patiëntenkoepels

Art. 245.

De subsidies die ten laste vallen van de begroting van de administratiekosten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering bedoeld in artikel 12, 6° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden toegekend aan de twee volgende patiëntenverenigingen :

de V.Z.W. « Ligue des Usagers des Services de Santé »;

de V.Z.W. « Vlaams Patiëntenplatform ».

Onverminderd het derde lid bedraagt het globale bedrag van de voornoemde subsidies, die ten laste gelegd worden van de begroting van de administratiekosten van het Instituut, jaarlijks 90.000 euro en wordt volledig ten laste genomen door de sector geneeskundige verzorging.

De Koning bepaalt de regels en voorwaarden van de verdeling, de toekenning en de betaling van de subsidies evenals de opschorting en totale of partiële terugvordering bij niet-naleving van de bepaalde voorwaarden.

Art. 246.

Artikel 245 treedt in werking op 1 januari 2007.

FR   NL   Table des Matičres du document [Affichage standard]