9  Revalidatie

9.1 Kinesitherapie en fysiotherapie

Voor elke patiënt werd het revalidatietraject gemonitord, waarbij tevens de ambulante zorgverlening werd meegenomen in de analyse. Figuur 9.1 en Figuur 9.2 illustreren in welke mate en welk aandeel van de patiënten gedurende de negen weken voorafgaand aan de ingreep en de veertien weken nadien kinesitherapie en fysiotherapie hebben ontvangen1. Het eerste luik CareValue geeft de waarde van de zorgkorf aan die een patiënt gemiddeld per week ontvangt2. In het tweede luik %patients toont per week het percentage patiënten dat deze zorgvormen effectief ontvangt.

Alle nomenclatuurcodes uit de groepen N05 (Verzorging door kinesitherapeuten, art. 7) en N57 (Fysiotherapie, art. 22) werden geselecteerd om het revalidatietraject inzake kinesitherapie en fysiotherapie in kaart te brengen.

De gele lijn (All) in de figuur vertegenwoordigt het totaalbeeld, terwijl de overige lijnen de specifieke locatie aanduiden waar de revalidatiezorg werd verstrekt:

  • Stay: Tijdens het verblijf waar ook de ingreep plaatsvond
  • ExStay: Buiten het verblijf waar ook de ingreep plaatsvond, maar wel binnen hetzelfde ziekenhuis
  • ExHosp: Buiten het ziekenhuis waar de ingreep plaatsvond. Dit kan in een ander ziekenhuis zijn, of in de (groeps)praktijk van een ambulante zorgverlener.
Figuur 9.1: Care basket of physiotherapy (2019S1-2021S1)
Source: ADH/SHA+ICD10 2019-2021; DOCP 2018-2023
Figuur 9.2: % of patient receiving physiotherapy (2019S1-2021S1)
Source: ADH/SHA+ICD10 2019-2021; DOCP 2018-2023

Met name in de eerste week na de ingreep ontvangt vrijwel elke patiënt met een complexe slokdarmprocedure kinesitherapie en/of fysiotherapie binnen het kader van het ziekenhuisverblijf. De intensiteit van deze zorgverlening neemt echter snel af in de daaropvolgende weken. Niettemin blijft ongeveer 30% van de patiënten kinesitherapeutische en fysiotherapeutische zorg ontvangen, zij het voornamelijk in een ambulante setting.

9.2 Verschillen tussen ziekenhuizen

De Figuur 9.3 toont de spreiding tussen ziekenhuizen. Deze analyse modelleert per ziekenhuis de gemiddelde wekelijkse waarde van het zorgpakket inzake revalidatie en kinesitherapie, vanaf het moment van de ingreep tot veertien weken nadien. Tussen het ziekenhuis met de laagste en het ziekenhuis met de hoogste facturatie bestaat een verschil van €20, wat overeenkomt met een factor van ongeveer 1,5. Op basis van deze gegevens kan geen onderscheid worden gemaakt inzake de inhoudelijke invulling van de kinesitherapeutische zorg.

Figuur 9.3: Care basket of rehabilitation: differences between hospitals (2019S2-S2021S1)
Source: ADH/SHA+ICD10 2019-2021; DOCP 2018-2023

9.3 Logopedie

Naar analogie met de analyse rond kine en fysiotherapie wordt in Figuur 9.4 ook voor logopedische zorgen (zowel intramuraal, als indien van toepassing ambulant) een globaal overzicht van het zorgtraject van de patiënt gegeven.

Prestaties uit de nomenclatuurgroep N84 (Logopedie, art. 36) zijn weerhouden om het zorgtraject rond logopedie in kaart te brengen.

Figuur 9.4: Care basket of speech therapy (2019S1-2021S1)
Source: ADH/SHA+ICD10 2019-2021; DOCP 2018-2023
Figuur 9.5: % of patient receiving speech therapy (2019S1-2021S1)
Source: ADH/SHA+ICD10 2019-2021; DOCP 2018-2023

Postoperatieve logopedische zorg werd slechts in beperkte mate gefactureerd. Indien dergelijke zorg werd verstrekt, gebeurde dit hoofdzakelijk in de eerste twee maanden na de ingreep. Noemenswaardige verschillen tussen ziekenhuizen konden op basis van deze gegevens niet worden vastgesteld.

Deze bevinding stemt overeen met de informatie uit het interview: logopedische zorg wordt enkel ingezet wanneer er sprake is van stembandproblemen. Aangezien dit een complicatie betreft die men actief tracht te vermijden, blijft het gebruik van logopedie in de postoperatieve fase beperkt.


  1. Enkel patiënten van wie met zekerheid kan worden vastgesteld dat zij de volledige periode hebben overleefd, worden opgenomen in de analyse.↩︎

  2. De weergegeven waarde betreft de som van de honoraria van de betrokken zorgverleners, waarbij deze bedragen over tijd en tussen zorgverleners constant zijn gehouden.↩︎