Voornaamste activiteiten van de Dienst voor uitkeringen in 2017



Met enkele markante cijfers tonen we aan hoe onze Dienst voor uitkeringen (DU) inspeelt op de stijging van het aantal mensen die arbeidsongeschikt zijn. We geven ook aan hoe we inzetten op het ontwikkelen van initiatieven voor re-integratie.

De stijging van het aantal mensen die arbeidsongeschikt zijn en ons antwoord daarop

404.657 mensen langdurig arbeidsongeschikt in 2017

Het aantal mensen dat langdurig arbeidsongeschikt is, is de laatste jaren sterk gestegen. Eind 2017 waren er 404.657 invaliden (= personen die langer dan 1 jaar arbeidsongeschikt zijn). In dit aantal zijn de invaliden inbegrepen van enerzijds het werknemers en werklozen en anderzijds zelfstandigen. Hun aantallen in elk van de twee regimes bedragen respectievelijk 379.908 en 24.749. Een jaar eerder, aan het einde van 2016, bedroeg het totale aantal invaliden 390.765. De kaap van 400.000 invaliden werd dus overschreden in 2017.
Verschillende factoren verklaren die stijging

De Dienst voor uitkeringen wil die mensen maximaal opnieuw naar de arbeidsmarkt begeleiden. Dat kan gebeuren via een socioprofessioneel re-integratietraject  of een deeltijdse werkhervatting. In beide gevallen ligt de focus op wat de arbeidsongeschikte persoon wel nog kan en niet op de verloren gegane vaardigheden. 

Socioprofessionele re-integratietrajecten

Dankzij de samenwerkingsovereenkomsten ondertekend met de VDAB, Actiris,  Forem en Bruxelles Formation krijgen arbeidsongeschikte personen de mogelijkheid om socioprofessionele re-integratietrajecten te volgen en hun voorheen verworven vaardigheden op te frissen of volledig nieuwe vaardigheden aan te leren.

  • In het eerste geval spreken we van rehabilitatie. Bv.: een boekhouder wordt na 20 jaar ziek, voor een periode van 2 jaar. Na die 2 jaar is hij medisch weer in staat om zijn werk te hervatten. Omdat de wetgeving in de 2 jaar van zijn ziekte is gewijzigd, kan hij een korte cursus volgen om zijn kennis te actualiseren.
  • Leert de betrokken persoon nieuwe vaardigheden aan, dan spreken we van heroriëntatie.
    Bv.: Iemand werkt in de bouwsector. Na een periode van ziekte is die persoon fysiek niet meer in staat om zijn oude beroep weer te hervatten. In overleg met de adviserend geneesheer volgt hij een opleiding informatica en kan hij aan de slag als programmeur bij een softwarebedrijf.

52.611 arbeidsongeschikte personen deeltijds weer aan het werk

Begin 2017 telden we 52.611 arbeidsongeschikte personen die deeltijds het werk hebben hervat. 47.502 daarvan waren werknemers en werklozen, 5.109 zelfstandigen.  De deeltijdse werkhervatting zit duidelijk in de lift.  Vorige jaren waren dat er nog maar 45.394 (40.724 werknemers en 4.670 zelfstandigen)

Bij elke deeltijdse werkhervatting gaat de adviserend geneesheer van het ziekenfonds na of de activiteit (zowel de aard als het volume) verenigbaar is met de medische situatie van de arbeidsongeschikte persoon.
In vele gevallen leidt een combinatie van arbeidsongeschiktheid en een activiteit op maat tot een volledige werkhervatting: 48,97 % bij de werknemers en 31,29 % bij de zelfstandigen.

De praktijk toont aan dat hoe vroeger iemand het werk hervat, hoe sneller hij weer aan de slag kan zoals vroeger. Een deeltijdse activiteit hervatten tijdens de eerste 6 maanden van de ziekte geeft de hoogste kans op een geslaagde terugkeer naar de arbeidsmarkt.

Wat is nieuw op vlak van het zwangerschapsverlof voor zelfstandigen?

De bepalingen en voorwaarden van het zwangerschapsverlof voor vrouwelijke zelfstandigen zijn met ingang van 1 januari 2017 gewijzigd. We wilden deze maatregel benadrukken, die bedoeld is om vrouwelijke zelfstandigen in staat te stellen het maximale uit hun zwangerschapsverlof te halen met behoud van een deel van hun professionele activiteit.

Deze maatregel, die van kracht werd voor zwangerschapsverlofgevallen die vanaf 1 januari 2017 begonnen, heeft 2 componenten:

  • Het aantal weken zwangerschapsverlof dat voordien maximaal 8 weken bedroeg (+1 week in geval van de geboorte van een meerling) is verhoogd tot 12 weken (+1).
    Ter herinnering: het zwangerschapsverlof bestaat uit een verplichte periode van 3 weken (één voor en 2 na de bevalling) en kan worden verlengd in blokken van één of meerdere weken tot het maximale aantal weken is bereikt.
  • De zelfstandige heeft nu de mogelijkheid om tijdens de optionele periode van haar zwangerschapsverlof haar gebruikelijke beroepsactiviteit gedeeltelijk uit te oefenen. Het forfaitaire bedrag van de wekelijkse uitkering wordt met de helft verminderd voor elke halftijdse zwangerschapsrustweek.

Laatst aangepast op 11 juli 2018