11  Gegevens en methodologie

In eerste instantie wordt een selectie gemaakt van zogenaamde stroke events. We spreken van een stroke event bij een patiënt als:

Een stroke event kan meerdere verblijven omvatten. Indien het tijdsinterval tussen het ontslag uit het eerste en de opname van het volgende verblijf, beide met I63 als hoofddiagnose, niet langer is dan 7 dagen, worden beide verblijven verondersteld betrekking te hebben op hetzelfde stroke event. In dat geval zal de datum waarop I63 voor het eerst opgegeven wordt, in het eerste van de twee verblijven, als stroke event worden aangeduid.

Indien er minimaal 7 dagen tussen twee verblijven geteld worden, wordt het tweede verblijf gezien als een nieuw verblijf (en dus ook als een nieuw stroke event).

Voor elke combinatie van een uniek patiëntennummer en een ‘stroke event’ datum wordt nagegaan met welke ziekenhuizen de patiënt in contact is geweest op de dag van het stroke event, de dag voordien én de dag nadien. Deze ziekenhuizen worden geacht verantwoordelijk te zijn voor de diagnose en de hyperacute behandeling van de stroke1.

De dagen \(t_{-1}\), \(t_{0}\) en \(t_{+1}\) worden dus geanalyseerd tijdens de zoektocht naar het beleid in de hyperacute fase van een patiënt met een ischemische beroerte. Voor deze dagen zal worden nagegaan of

Details imaging
Tabel 11.1: nomenclature head/cerebral
nomen_code nomen_short_desc_nl nomen_short_desc_fr
458673 TOMO.SCHEDEL TOMO DU CRANE
458684 TOMO.SCHEDEL TOMO DU CRANE
458732 CAT.ROTS/SELLA TOMO BASE CRANE AVEC
458743 CAT.ROTS/SELLA TOMO BASE CRANE AVEC
458813 CAT.HALS/TH/ABD TOMO COU THORAX ABDO
458824 CAT.HALS/TH/ABD TOMO COU THORAX ABDO
459351 SPECT-CT:BEKKEN SPECT-CT:BASSIN
459362 SPECT-CT:BEKKEN SPECT-CT:BASSIN
459395 NMR HOOFD/@>3SQ IRM TETE/@>3SQ
459406 NMR HOOFD/@>3SQ IRM TETE/@>3SQ
459535 MR STUD.HERS(BOLD) ETU.RM ENCEP(BOLD)
459546 MR STUD.HERS(BOLD) ETU.RM ENCEP(BOLD)
459631 TOMO-HALS+THORAX+ABD TOMO-COU+THORAX+ABDO
459642 TOMO-HALS+THORAX+ABD TOMO-COU+THORAX+ABDO
459675 CT+CONTRAST.FAC.MASS CT+CONTR.MASSIF.FACI
459686 CT+CONTRAST.FAC.MASS CT+CONTR.MASSIF.FACI
459690 CT-CONTR.FAC.MASS CT-CONTR.MAS.FAC
459701 CT-CONTR.FAC.MASS CT-CONTR.MAS.FAC
459852 CBCT-CONTR.FAC.MASS CBCT-CONTR.MAS.FAC
459863 CBCT-CONTR.FAC.MASS CBCT-CONTR.MAS.FAC
459874 CT.HERSENEN+PET.D CT.CERVEAU+PET.D
459885 CT.HERSENEN+PET.D CT.CERVEAU+PET.D
459955 CONEBEAM.CT CONEBEAM.CT
459966 CONEBEAM.CT CONEBEAM.CT
Details thrombolysis
Tabel 11.2: drug codes thrombolysis
drug_code nom_produit_pharma code_atc
0732016 ACTILYSE B01AD02
0734350 ACTILYSE B01AD02
0656835 ACTILYSE B01AD02
0685479 ACTILYSE B01AD02
Details thrombectomy
Tabel 11.3: nomenclature thrombectomy
nomen_code nomen_short_desc_nl nomen_short_desc_fr
182151 KATH.ENDOVASC.VERW CATH.EXTR.ENDOVASC
182162 KATH.ENDOVASC.VERW CATH.EXTR.ENDOVASC
Tabel 11.4: Data sources to detect cerebral infarction treatment
Imaging
Thrombolysis
Thrombectomy
Source n % n % n %
Amb Only 7636 28% 846 16% 0 0%
Amb & Hosp 4791 18% 77 1% 0 0%
Hosp Only (I63) 14218 53% 2601 51% 2259 99%
Hosp Only (non-I63) 387 1% 1616 31% 28 1%
Total 27032 - 5140 - 2287 -

Een analyse van louter klassieke verblijfsgegevens geeft een aanzienlijke onderschatting van de prestaties in het kader van een ischemische beroerte. Een groot deel van de prestaties beeldvorming en trombolyse vindt immers plaats in de ambulante setting.

amb only wil zeggen dat de prestaties imaging en/of trombolyse enkel gefactureerd zijn tijdens de ambulante fase op dag \(t_{-1}\) of \(t_{0}\) maar dat de patiënt nadien, op \(t_{0}\), terechtkomt in een klassiek verblijf waarbij de diagnose I63 gesteld wordt.

hosp only (non-I63) wil zeggen dat de prestaties imaging, trombolyse en/of trombectomie plaatsvinden in het ziekenhuis op bijvoorbeeld functies waar geen MZG geregistreerd wordt, zoals dagziekenhuis of spoed op \(t_{-1}\) of \(t_{0}\). Na dit “verblijf” volgt een (klassiek) verblijf waarbij de diagnose I63 gesteld wordt op \(t_{0}\) waarin we geen imaging, trombolyse of trombectomie terugvinden.

Tabel 11.4 rapporteert dat van de 5140 gevallen waar trombolyse is toegediend, 16% gedetecteerd werd door ambulante gegevens over geneesmiddelen te gebruiken. 31% van de trombolyses werd toegediend tijdens een verblijf (meestal de spoedopname) waar geen hoofddiagnose ‘I63’ is geregistreerd. In het geval van beeldvorming gaat het zelfs om 28% van de 27 032 stroke events waarbij beeldvorming enkel ambulant gedetecteerd werd.

In het kader van trombectomie zijn geen ambulante prestaties gevonden. Wel zijn trombectomieën teruggevonden buiten een klassiek verblijf met hoofddiagnose I63 (1%).

De meeste patiënten met een stroke event komen via de spoedgevallen aan in het ziekenhuis (al dan niet met de ziekenwagen). Volgens Tabel 11.5 komt ongeveer 5 % niet via de spoedgevallen in het ziekenhuis terecht. Meer dan 3 % is een geplande opname.

Tabel 11.5: Acute phase: Admission
Admission n %
Emergency service - ambulance (ER - AMB) 17209 56.77%
Emergency service - no ambulance (ER - SELF) 11539 38.07%
Other (usually planned stay) (OTHER) 1114 3.68%
No Emergency service - Urgent admission (URG - No ER) 449 1.48%

  1. Het kan niet worden uitgesloten dat zich hier een false positive probleem stelt. Indien een patiënt op de dag zelf of de dag voor het stroke event met een ziekenhuis in contact komt voor een andere pathologie (bijv. daghospitalisatie in het kader van nierdialyse of een consultatie in verband met opvolging cardio) zal dit ziekenhuis toch wordt geacht mee verantwoordelijk te zijn voor de behandeling van de stroke. Aangezien de data betreffende de terugbetaling van een prestatie enkel op het niveau van de dag is geregistreerd en er geen gegevens zijn over de precieze tijd waarop deze prestatie gerealiseerd werd, zijn dergelijke false positives niet uit te sluiten↩︎

  2. De fuzzy match is gebeurd op basis van geslacht, leeftijd, nis-code en mutualeit van de patient enerzijds en van het identificatienummer van het ziekenhuis anderzijds.↩︎