16 Gegevens en methodologie
16.1 Data
Om deze analyse te kunnen uitvoeren hebben we volgende gegevensbronnen nodig:
- De geo-locatie van waaruit de doelpopulatie (50+) kan vertrekken bij vertonen van symptomen van een beroerte
- De geo-locatie van ziekenhuiscampussen waar de patiënt terecht kan voor trombolyse/trombectomie
- De geo-locatie van ziekenwagendiensten die de patiënt van thuis (of het ene ziekenhuis) naar het (andere) ziekenhuis brengt.
16.1.1 Thuis
Het Belgisch grondgebied is onderverdeeld in 19795 statistische sectoren1. Voor elke sector wordt het middelpunt bepaald (gegeven dat het ook binnen de sector valt). Dit punt wordt dan gelinkt aan het dichtstbijzijnde actieve referentie-adres2. Zodoende bekomt men 19795 adressen verdeeld over het Belgische grondgebied. Elk adres wordt geacht een goede vertegenwoordiger te zijn voor de andere adressen in dezelfde statistische sector.
De gegevens van de statistische sectoren bevatten ook demografische kenmerken, waaronder de leeftijd van de inwoners die er gedomicilieerd zijn. Aangezien stroke zich grotendeels concentreert op het oudere deel van de bevolking, werken we uitsluitend met de selectie van inwoners met een leeftijd van 50 jaar of ouder.
Het thuisadres is niet altijd de plaats waar het stroke-event zich voordoet. Voor de analyse zou dit problematisch kunnen zijn indien de patiënt zich op het kritieke stroke-moment elders bevindt (bv. buitenverblijf aan de kust, op het werk). Echter, dergelijke gegevens zijn niet voorhanden.
16.1.2 Trombolyse/trombectomie centra
Op basis van de antwoorden op de vragen ‘Voert u trombolyse uit voor de behandeling van patiënten met een ischemische beroerte in uw ziekenhuis?’ en ‘Hoeveel patiënten met een ischemische beroerte ondergingen in 2024 een trombolyse in uw ziekenhuis?’ worden 94 ziekenhuizen geselecteerd waar trombolyse wordt uitgevoerd. Voor de analyse van reistijden moeten we specifiek inzoomen op de specifieke lokatie van de campus waar de patiënt zich aanmeldt. Het adres van deze campus kan verschillend zijn van het adres op het niveau van het ziekenhuis (erkenningsnummer). Daarom wordt op basis van de verblijfsgegevens (ADH/SHA en RCM) nagegaan in welke campussen in 2021-22 patiënten trombolyse hebben toegediend gekregen. In Figuur 16.1 wordt een overzicht getoond van de centra.
Indien een ziekenhuis in de online vragenlijst heeft aangegeven trombolyse uit te voeren in 2024 en het ook duidelijk is dat dit maar in één campus van dit ziekenhuis kan zijn geweest, kleurt de campus groen (certainly yes). Ook indien een ziekenhuis in de online vragenlijst heeft aangegeven trombolyse uit te voeren in 2024 en in 2021-22 geobserveerde trombolyse is uitgevoerd in een campus, kleurt deze campus groen. Indien het ziekenhuis zegt dat het geen trombolyse heeft uitgevoerd in 2024 en waar bovendien in de data van 2021-22 geen trombolyse is vastgesteld, kleurt het ziekenhuis/campus rood (certainly not). Campussen waar geen gespecialiseerde spoedgevallen is, kleuren doorzichtig. De blauwe campussen zijn plaatsen waar het onduidelijk is of een patiënt hier terecht kan voor trombolyse. Een voorbeeld daarvan is 1040 (Blankenberge), dat samen met de campus van Knokke één ziekenhuis vormt (392). Dit ziekenhuis heeft in de online vragenlijst aangeven trombolyse toe te passen. Enkel voor de campus in Knokke is in 2021-22 trombolyse geobserveerd, in Blankenberge tijdens deze periode niet.
De online vragenlijst biedt ook inzicht in waar patiënten terecht kunnen voor een trombectomie bij een stroke. Op basis van de vraag ‘Hoeveel patiënten ondergingen in 2024 een trombectomie in uw ziekenhuis?’ worden 20 ziekenhuizen weerhouden waarin trombectomie wordt geacht uitgevoerd te worden. Binnen deze ziekenhuizen kan op basis van de verblijfsgegevens worden vastgesteld in welke campussen trombectomie werd uitgevoerd in 2021-22. Hier zijn geen campussen waar het onduidelijk is of hier trombectomie wordt/werd uitgevoerd. Een zwart kruis geeft aan dat deze campus ook trombectomie aanbiedt. In alle campussen waar trombectomie wordt uitgevoerd, wordt ook trombolyse aangeboden.
16.1.3 Ziekenwagendiensten
Op de website van FOD VVVL zijn de ziekenwagendiensten en hun geolocatie terug te vinden. Zie details Ambulance services voor een gedetailleerde kaart van deze diensten.
details Ambulance services
16.2 Methode
Vanuit de 19795 thuis-adressen (één per statistische sector) worden de reistijden bepaald (Daenekindt 2025) met de auto naar
- de 116 campussen waar trombolyse/trombectomie kan worden uitgevoerd en
- de dichtsbijzijnde ziekenwagendienst.
In een eerste stap wordt ervan uitgegaan dat de patiënt zelf met de wagen naar de spoedgevallen van de campus rijdt (reistijd van het thuisadres naar de campus).
In een tweede stap combineren we de eerste reistijd met de reistijd van de dichtsbijzijnde ziekenwagendienst naar het thuisadres waardoor de totale reistijd met de ziekenwagen bekomen wordt. De ziekenwagen moet immers eerst het traject van zijn uitvalbasis naar de patiënt afleggen, en vervolgens van daaruit naar de dichtstbijzijnde ziekenhuiscampus rijden.
Bovendien wordt nog een extra vertraging doorgerekend voor het aan boord brengen van de patiënt in de ziekenwagen (Van De Wijdeven e.a. 2023).
De reistijden wordt bovendien met 20 % vertraagt om verkeersremmende effecten van verkeerslichten, aanschuiven, etc. in te calculeren. Dit laatste kan voor de patiënt die met de eigen wagen komt zelfs nog oplopen omwille van files, terwijl ziekenwagens verondersteld worden files en andere verkeersremmers enigszins te kunnen ontwijken.
Totale reistijd = 1,2 x (reistijd(ambulance -> referentie-adres) + reistijd(referentie-adres -> campus)) + 15 min.