Audit stroke
Federaal toezicht op en audit van de ziekenhuizen
De audit beroertezorg (STROKE) biedt een gedetailleerd overzicht van de aanpak van de zorg voor een patiënt met een ischemische beroerte in Belgische ziekenhuizen, gebaseerd op nationale gegevens (2021-2022) en antwoorden op online vragenlijsten die in 2025 naar alle betrokken ziekenhuizen zijn gestuurd.
Dit verslag benadrukt een verbetering van de praktijkvoering, met name op het gebied van trombolyse en trombectomie, met percentages die dicht bij de beste Europese normen liggen, ook al worden er aanzienlijke verschillen tussen de gewesten waargenomen. Gegevens over de aanrekening van ambulante zorgen gaven een beter beeld van de praktijkvoering in de zeer vroege fase van een beroerte. De variatie tussen de ziekenhuizen blijft bestaan, zowel in de organisatie van zorgpaden, beschikbaarheid van protocollen, neurologische permanentie als in de toepassing van nationale en internationale aanbevelingen en naleving van de erkenningsnormen voor de zorgprogramma’s acute beroertezorg. Ook het gebruik van specifieke aanvullende neurologische onderzoeken (geëvoceerde potentialen) verschilt tussen ziekenhuizen.
Een ischemische beroerte is een tijdsafhankelijke noodsituatie. Behandeling met trombolyse en/of trombectomie moet zo snel mogelijk worden toegediend. Performance-indicatoren tonen aan dat de meerderheid van de patiënten baat heeft bij snelle beeldvorming van de hersenen en opname op de spoedgevallen. Aan de andere kant kunnen kritieke tijdsintervallen (zoals ‘door-to-imaging’, ‘door-to-needle’, en ‘door-to-groin’) nog steeds worden verbeterd. Deze indicatoren worden volgens de ziekenhuizen niet systematisch geregistreerd. De beschikbaarheid ervan voor het publiek is verschillend naargelang het gewest. De patiënt heeft indien hij langer dan 4 uur na het verschijnen van de eerste symptomen is opgenomen, afhankelijk van het ziekenhuis waar hij is, niet dezelfde kans op behandeling. Er is nog ruimte voor verbetering om optimale en rechtvaardige zorg te verzekeren.
Dit verslag bevestigt dat de aanbevelingen van het KCE in 2012 op gefragmenteerde wijze zijn toegepast en dat de erkenningen van de basis- en gespecialiseerde beroertezorgprogramma’s niet noodzakelijkerwijs overeenkomen met de werkelijkheid op het gebied van performantie en nabijheid. De structuur van de zorgketen moet worden verbeterd.
Het ontbreken van een nationaal register beperkt de monitoring van nationale en Europese indicatoren en de mogelijkheid tot benchmarking. De verbetering van de preziekenhuisfase (herkenning van symptomen en prenotificatie), de organisatie van transfers tussen de ziekenhuizen en de impact van reistijd op de beschikbaarheid van hyperacute behandelingen worden als belangrijke uitdagingen geïdentificeerd, evenals de noodzaak van harmonisatie van praktijkvoering en betere bewustwording onder het publiek en zorgverleners. Om reistijden in te schatten werd een theoretisch model ontwikkeld.
Er werden vijftien aanbevelingen gedaan om de kwaliteit en effectiviteit van de zorg te verbeteren. Deze verbeterpunten zijn gericht aan ziekenhuizen. We hebben ook prioriteiten vastgesteld die eerder onder de verantwoordelijkheid van overheidsinstanties vallen, omdat de uitvoering ervan analyse en coördinatie op gewestelijk of nationaal niveau vereist.


