Multidisciplinair oncologisch consult (MOC)

Er zijn 3 MOC-verstrekkingen die de arts-coördinator kan attesteren:  een ‘eerste MOC’, een ‘bijkomende MOC’ in een ander ziekenhuis dan het eerste MOC en op doorverwijzing en een ‘opvolgings-MOC’ of ‘follow-up-MOC’.

Na het eerste MOC is een ‘langdurige consultatie’ voorzien voor de huisarts of de behandelende specialist om het resultaat met de patiënt te bespreken.


Eerste MOC: wat is het en hoe aanvragen? 

Het ‘eerste MOC’ (art. 11, p. 4-7) wordt georganiseerd bij de diagnose en de behandeling van een nieuwe oncologische aandoening, behalve bij een niet-verwikkeld spinocellulair of basocellulair carcinoom van de huid.

Een MOC wordt schriftelijk aangevraagd door de huisarts of door de behandelende specialist  (behalve de specialist in de anatomo-pathologie, de klinische biologie en de roentgendiagnose). 

 

Wie neemt deel aan het MOC en kan dit aanrekenen? 

Voor deelname aan en aanrekening van het MOC geldt het volgende:



De bespreking van het resultaat van het MOC met de patiënt

Gekoppeld aan het MOC zijn er 2 verstrekkingen voorzien die het mogelijk maken een uitgebreide bespreking ervan met de patiënt aan te rekenen. Deze verstrekkingen zijn bedoeld om toelichting te geven bij de diagnose en om de voorgestelde bijkomende onderzoeken en het behandelingsplan die opgenomen zijn in het verslag van het MOC samen met de patiënt te bespreken.

Het gaat om:

  • 350232 indien deze specifieke raadpleging wordt uitgevoerd door de behandelend erkende huisarts
  • 350254-350265 indien deze specifieke raadpleging , volgens afspraak tijdens het MOC, wordt uitgevoerd door de arts-specialist die heeft deelgenomen aan het MOC.

Deze verstrekkingen zijn elk slechts éénmaal aanrekenbaar, moeten volgen op een eerste MOC, en zijn niet cumuleerbaar met een ‘gewone’ raadpleging of bezoek.


Registratieformulier

De coördinerende arts vult aansluitend aan het MOC een  registratieformulier bestemd voor het Kankerregister  in.

Deze registratie is verplicht en draagt in belangrijke mate bij tot de kwaliteit en de volledigheid van het Nationaal Kankerregister.

Wanneer kan u een ‘opvolgings-MOC’ aanrekenen ?

U kan een opvolgings- MOC’ (350276-350280) aanrekenen (Interpretatieregel 27 bij art. 11) bij:

  • de opvolging van een behandeling waarbij een objectieve noodzaak bestaat om de diagnose in vraag te stellen en/of de therapeutische planning aan te passen
    en/of
  • de herhaling van een bestralingsreeks van eenzelfde doelgebied binnen de 12 maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van de 1e bestralingsreeks.

De eerste indicatie ‘waarbij een objectieve noodzaak bestaat om de diagnose in vraag te stellen en/of de therapeutische planning aan te passen’ moet restrictief geïnterpreteerd en spaarzaam gebruikt worden. Een hoog aantal ‘opvolgings-MOC’ is omgekeerd evenredig met de pertinentie van de bevindingen van het 1e MOC.

De aanpassing van de therapeutische planning moet van die aard zijn dat zij best niet door één van de behandelende artsen alleen wordt genomen; ze is zo ingrijpend dat een multidisciplinair overleg met minstens 4 artsen van verschillende specialismen noodzakelijk is.

U kan een ‘opvolgings-MOC’ niet aanrekenen (Interpretatieregel 27 bij art. 11) bij een aanpassing van de chemotherapie, van de radiotherapie, van de adjuvante behandeling of van het palliatief regime. Dit is de verantwoordelijkheid van de arts in kwestie; de overgang naar een volgende therapeutische fase moet in het ‘eerste MOC’ duidelijk afgesproken zijn.

De overgang van een therapeutisch naar een palliatief regime kan in bepaalde moeilijke gevallen, maar niet systematisch, een ‘opvolgings-MOC’ noodzaken. 


Wanneer kan u een ‘bijkomende MOC’ aanrekenen ?

U kan een 'bijkomende MOC’ (350291-350302) aanrekenen (Interpretatieregel 28 bij art. 11) indien een 1e MOC geen aanleiding gaf tot een definitieve diagnose of concreet behandelingsplan kan de patiënt doorverwezen worden naar een ander ziekenhuis met erkend oncologisch zorgprogramma. In dit ziekenhuis kan u dan  een bijkomende MOC aanrekenen.

In geval van doorverwijzing voor een bijkomend multidisciplinair consult, staat de naam van het 2e ziekenhuis vermeld in het verslag.

Dit betekent dat uit het verslag van het MOC 350372-350383 - eerste MOC - of 350276-350280 - opvolgings-MOC - van het verwijzende ziekenhuis duidelijk blijkt dat men geen beslissing heeft kunnen nemen, en men de patiënt verwijst naar een ziekenhuis waar meer expertise aanwezig is dan in het eigen ziekenhuis.

U kan een ‘bijkomende’ MOC (350291-350302) niet aanrekenen (Interpretatieregel 28 bij art. 11) bij een transfer van de patiënt naar een ander ziekenhuis om sociale redenen, bij voorbeeld omdat dit ziekenhuis dichter bij huis is. Er kan in het ontvangende ziekenhuis geen  ‘second opinion-MOC’ aangerekend worden.

Alhoewel het verslag de naam van het 2e ziekenhuis vermeldt, blijft het de patiënt vrij om hier niet op in te gaan en in een ander dan het vernoemde ziekenhuis (Interpretatieregel 28 bij art. 11) zijn behandeling aan te vatten of verder te zetten. Voor zover uit het verslag blijkt dat het eerste MOC geen ‘definitieve diagnose of concreet behandelingsplan’ heeft opgeleverd kan de bijkomende MOC er aangerekend worden.

Volstaat een registratieformulier als MOC verslag?

Van ieder MOC  moet de  arts-coördinator een schriftelijk verslag opstellen.

De toepassingsregel hierover vermeldt duidelijk dat het honorarium voor het MOC ‘het verslag’ en ‘de uniforme registratie van de oncologische aandoening bestemd voor het Kankerregister’ dekt. Dit zijn 2 verschillende documenten en het registratieformulier kan dus niet aanvaard worden als het (verplichte) verslag.

De inhoud van het verslag (Interpretatieregel 25 bij art. 11) en de personen die het moeten ontvangen worden duidelijk in de nomenclatuur omschreven.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 13 februari 2018