print

Pilootproject: nieuw financieringsmodel voor de thuisverpleging

De thuisverpleging staat onder toenemende druk door de stijgende zorgvraag. Om deze structurele uitdaging aan te pakken, lanceert het RIZIV, in samenwerking met de sector, de verzekeringsinstellingen en het KCE, een pilootproject om naar een alternatieve financieringswijze te kunnen gaan. Doel: informatie verzamelen om een werkbaar, toekomstgericht model vorm te geven, aangepast aan de realiteit op het terrein. Het RIZIV roept daarom praktijken thuisverpleging op om deel te nemen aan dit pilootproject.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) staat in voor de wetenschappelijke evaluatie van het pilootproject. Tijdens het project worden onder meer gegevens verzameld over zorgkwaliteit, tijdsbesteding en jobtevredenheid. De inzichten die daaruit voortkomen zullen nadien de basis vormen voor de aanbevelingen voor het financieringssysteem in de toekomst.

Op deze pagina:

Waarom dit pilootproject?

De samenleving vergrijst en chronische aandoeningen nemen steeds toe. Steeds meer zorgen verschuiven van het ziekenhuis naar de thuisomgeving van de patiënt. De werklast blijft structureel toenemen en valt ook op de schouders van de thuisverpleegkundigen en zorgkundigen. Daarnaast worden op dit moment belangrijke zorgtaken, zoals educatie van de patiënt, niet meegenomen in het huidige financieringssysteem. Toch zijn deze taken essentieel voor het welzijn van de patiënt. Dit maakt dat de thuisverpleging geconfronteerd wordt met een hoge werkdruk en een systeem waarin waardevolle inspanningen niet genoeg beloond worden.

Om die evoluties het hoofd te bieden is het hoog tijd om het financieringssysteem van de thuisverpleging te herzien. Het doel is om te garanderen dat in de toekomst persoonsgerichte, kwalitatieve zorg op correcte en rechtvaardige basis wordt vergoed en patiënten de nodige thuisverpleging kunnen krijgen. 

Een toekomstgericht financieringssysteem:

  • plaatst kwaliteit boven kwantiteit;
  • erkent autonomie en professioneel inzicht van zorgverleners;
  • vertrekt vanuit de zorgnood van de patiënt;
  • bevordert subsidiariteit en samenwerking met andere disciplines;
  • leidt tot efficiëntere en holistische zorgverlening.

Met dit pilootproject wordt een nieuw financieringssysteem onderzocht, met een nauwe wetenschappelijke opvolging. De informatie die hieruit voortkomt zal leiden tot belangrijke inzichten voor het vormgeven van het financieringssysteem in de thuisverpleging van de toekomst. 

Wat houdt het pilootproject in?

Gedurende het pilootproject gaan de deelnemende praktijken aan de slag met een alternatieve manier van werken, ondersteund door een alternatief financieringssysteem, los van art. 8 van de nomenclatuur. Samen met de thuisverplegingsector en de verzekeringsinstellingen verzamelt het RIZIV gedurende twee jaar via het pilootproject waardevolle data over de tijdsbesteding en uitgevoerde handelingen. Zo kan het financieringssysteem in de toekomst op een wetenschappelijk onderbouwde manier worden hervormd. 

Belangrijk om te weten:
Het alternatieve systeem dat geëvalueerd wordt, is niet het definitieve nieuwe financieringssysteem. Het pilootproject dient om inzichten te verzamelen en te leren wat werkt en wat niet. Op basis van de resultaten zal een toekomstig model verder worden ontwikkeld.

Waarom een alternatieve financiering tijdens het pilootproject?

Tijdens de pilootfase biedt het alternatieve financieringssysteem meer ruimte voor zorg op maat, de bevordering van de samenwerking tussen zorgverleners en de erkenning van de inspanningen en competenties die nu vaak onder de radar blijven. Het bestaat uit twee onderdelen: 

  1. Activiteitenfinanciering
    Een activiteitenfinanciering in de vorm van een uurtarief vervangt de huidige vergoedingen op basis van nomenclatuur artikel 8. Zowel de effectieve zorgtijd als de verplaatsingstijd worden vergoed.
  2. Praktijkfinanciering
    Praktijken die inzetten op kwaliteit, bijvoorbeeld via permanente vorming, interdisciplinaire samenwerking of zorgcoördinatie, worden hiervoor op basis van een puntensysteem vergoed.

Wetenschappelijke opvolging van het project

Het Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) staat in voor de wetenschappelijke coördinatie en evaluatie van het project. In 2025 deed het KCE al voorbereidend werk voor een evaluatie van een nieuwe financiering voor thuisverpleging.  Als volgende stap zal het tijdens de pilootstudie zowel kwantitatieve als kwalitatieve data verzamelen: praktijken registreren gegevens over hun samenstelling (aantal VTE en diploma’s en specialisaties) en nemen deel aan interviews en focusgroepen. Het KCE behandelt steeds alle gegevens die in deze studie worden verzameld vertrouwelijk en zal enkel rapporteren op basis van gepseudonimiseerde gegevens. Op basis van de evaluatie van het pilootproject worden beleidsaanbevelingen geformuleerd voor een mogelijk toekomstig systeem. 

58 praktijken nemen deel 

Praktijken thuisverpleging konden zich inschrijven om deel te nemen aan dit pilootproject. Deze kandidaturen werden beoordeeld en het Verzekeringscomité heeft op 9 februari 58 kandidaten aanvaard om mee in het project te stappen. De selectie bevat praktijken met thuisverplegers in loondienst en zelfstandigen over heel het land. 

  • 35 volledig loontrekkende praktijken, met in totaal 1069,85 VTE. Ze zijn verdeeld over 15 controlepraktijken en 20 pilootpraktijken.
  • 17 volledig zelfstandige praktijken, met in totaal 180,92 VTE. Ze zijn verdeeld over 9 controlepraktijken en 8 pilootpraktijken.
  • 6 gemengde praktijken, die zowel loontrekkend als zelfstandig zijn, waarvan 2 controlepraktijk zijn en 4 pilootpraktijk.

32 praktijken in totaal zullen dus als pilootpraktijken een nieuwe financiering en manier van werken uittesten en hun ervaringen delen. Deze groep bestaat uit 1007 zorgverleners. Gelijktijdig zullen de overige 26 praktijken dienen als controlegroep, goed voor 912 zorgverleners. Zij blijven werken zoals voorheen, maar vervullen daarnaast enkele taken voor de wetenschappelijke opvolging van het project. Samen dragen ze bij aan een unieke studie waarvan de evaluatie input zal leveren voor toekomstige beleidsbeslissingen.  

Volgende stappen 

  • 1 maart 2026: de opstart van de voorbereidende fase. De voorbereidingsfase duurt drie maanden. Deelnemende praktijken worden opgeleid en ondersteund, software wordt aangepast en het KCE verzamelt basisgegevens over de deelnemende praktijken.
  • 1 juni 2026 t.e.m. 31 mei 2028: pilootfase gedurende 2 jaar. 
  • 2028: het KCE voert een grondige evaluatie uit, op basis van verzamelde data, ervaringen van deelnemers en bevragingen. Deze evaluatie vormt de basis voor de verdere uitwerking van een toekomstgericht financieringssysteem.

Contacten

Regelgeving inzake verpleegkundigen

​Indien u vragen hebt over de inhoud van de overeenkomst of van de nomenclatuur kunt u onze medewerkers contacteren op het volgende mailadres : nursenom@riziv-inami.fgov.be